Tempeliers.be

Terug naar het archief

Krijgers voor God


Dit boek speelt duidelijk in op de groeiende interesse voor de tempeliers van de jongste jaren, aangezwengeld door schrijvers als Dan Brown en zijn Da Vinci Code. Van bij het begin is de missie van de auteur dan ook duidelijk, hij wil zoveel mogelijk mythes rond de tempelorde doorprikken, maar ondanks enkele degelijke hoofdstukken, bereikt hij vaak het tegendeel.

In het eerste hoofdstuk bespreekt Nuyttens het aanwezige bronnenmateriaal en merkt daarbij terecht op dat er weinig archivalia beschikbaar zijn. Een al even kort hoofdstuk behandelt de oorsprong van de tempeliers. Nuyttens baseert zich daarbij uitsluitend op een handvol algemene werken. Daardoor overschat hij de rol van Godfried van Bouillon en portretteert hem verkeerdelijk
als de grote leider van de eerste kruistocht. Godfried werd vanaf de tweede helft van twaalfde eeuw in liederen en legenden geïdealiseerd als ultieme kruisvaarder, terwijl hij in werkelijkheid een eerder bescheiden rol speelde. In navolging van deze romantici probeert Nuyttens nogal onhandig Godfried van Bouillon te linken aan de tempelorde.
In het derde hoofdstuk beschrijft de auteur kort hoe de tempeliers zich in onze gewesten vestigden en wijst daarbij op de belangrijke positie van Vlaanderen. Een vergelijking met andere belangrijke regio’s zoals het Occitaanse Zuiden van Frankrijk zou erg verhelderend geweest zijn, maar zoiets vinden we nergens terug. Daardoor komt de auteur vaak in de problemen. Zo verwerpt hij autoritair de mogelijkheid dat ‘gewone mensen’ de orde begiftigden. In cartularia uit andere regio’s zijn nochtans voldoende voorbeelden te vinden van mensen die kleine bedragen schonken of die zichzelf en hun nageslacht ‘per hominem’ als lijfeigene aan de orde verbonden.
In het hoofdstuk over de regel en de statuten van de orde geeft Nuyttens voorbeelden uit vooral Vlaanderen, wat het lezen aangenamer maakt. Zijn bijdrage over de intrede in de orde is echter weinig koosjer. Volgens Nuyttens behoorden (homo)seksuele uitspattingen en blasfemische handelingen tot de vaste ingrediënten van het opnemingsritueel. De bron die hij daarvoor aanhaalt, bevestigt dit echter niet (Demurger, Les Templiers, 137). Integendeel, het behoort tot de legendevorming over de opname, die ontstaan is tijdens het proces tegen de tempelridders. Daarmee voedt Nuyttens zelf één van de grootste mythes die het onderzoek naar de tempelorde vandaag in een wurggreep houdt.
Het vijfde hoofdstuk bespreekt de rol van de tempeliers tot aan de val van Akko in 1291. Voor zijn beeldvorming over Gerard de Ridefort, de enige Vlaamse meester van de orde, beperkt Nuyttens zich gemakshalve tot een algemeen werk. Daardoor geeft hij een wel erg eenzijdig beeld van de tempelier en portretteert hem in navolging van vooral Franse auteurs als hoofdschuldige
voor het verlies van Jeruzalem. Dat Angelsaksische en Duitse bronnen een compleet ander beeld van de Ridefort geven, ontgaat de auteur volledig. Vreemd genoeg bevat de bibliografie van het boek voldoende werken die deze andere versie verduidelijken.
De hoofdstukken over de organisatie van de tempeliers in de Lage Landen en hun interne hiërarchie kunnen ons wel bekoren. Nuyttens stelt een staatkundige indeling van de bezittingen voor en laat daarbij voldoende ruimte voor verder onderzoek. Het hoofdstuk over de verhoudingen tussen de tempeliers en de buitenwereld vormt de sterkhouder van dit werk. In het
daaropvolgende hoofdstuk over de activiteiten van de tempelorde in de Nederlanden, snijdt de auteur het financiële luik van het verhaal aan. Een boeiend relaas.
In het overzicht van de bezittingen van de orde schuift de auteur jammerlijk onderuit. Zo situeert hij de tempelhuizen in Brugge aan de Vismarkt, terwijl het de (Grote) Markt moet zijn. De commanderij van Ieper ziet hij in het Noorden van de stad, terwijl ze in het Westen lag. De vondst
van een tempelier in de kerk van Leffinge situeert hij verkeerdelijk in Slijpe. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van fouten die gemakkelijk vermeden hadden kunnen worden. Merkwaardig genoeg staan deze gegevens wel correct in de bronnen die Nuyttens citeert. Voor Nederland beperkt de auteur zich tot een korte bespreking van de commanderij Ter Brake (Alphen), bij Breda. Nuyttens verklaart het beperkt aantal bezittingen van de orde in Nederland door de ‘bescheiden rol die de Hollanders, Friezen en Groningers in de kruistochten speelden’. Dit is volledig in tegenspraak met wat we in de kruisvaarderskronieken kunnen lezen. De Friezen bijvoorbeeld, waren al van bij de eerste kruistocht aanwezig en speelden ook daarna nog een belangrijke rol.
Het besluit laat ons op onze honger zitten, verder dan herhalingen uit de eerdere hoofdstukken komt de auteur niet, zodat we na het lezen van dit boek niet echt verder staan dan bij het begin. Ook het opzet van de auteur om mythes te doorprikken blijkt een slag in het water. Zo koos Nuyttens voor de omslag van zijn werk een afbeelding van ridders met een wit vaandel en rood
kruis tijdens de hussietenoorlog, die ruim een eeuw na het verdwijnen van de tempelorde uitbrak. Alle moeite van historici om duidelijk te maken dat niet elk rood achtpuntig kruis per definitie een tempelierskruis is, wordt door Nuyttens in een beweging teniet gedaan. Voor de bespreking van de geschiedenis van de tempelorde, beroept de auteur zich integraal op een handvol algemene werken. Helaas kunnen we ons niet ontdoen van de gedachte dat Nuyttens de werken niet of onvolledig gelezen heeft. Samen met het feit dat de auteur geen nieuw materiaal aanbrengt,
geeft dit ons de indruk dat het boek te snel werd geschreven. Het ontbreken van afbeeldingen, schema’s en duidelijke kaarten is een ander minpunt. Het is bovendien opvallend dat Nuyttens enkel auteurs bij naam noemt als ze vergissingen begaan hebben of als hij het niet met ze eens is. Bij het overnemen van stellingen van andere schrijvers, vaak letterlijk, gebeurt dat bijna nooit,
zelfs niet in de eindnoten.

Jan Hosten


1 Cover Fout Hussieten
2 p. 11 Fout De auteur schrijft dat gewone mensen niets konden schenken. Volgens Selwood wat dat wel zo Bron: Selwood



Copyright

(NL) De kosten om informatie en afbeeldingen gratis op deze website te plaatsen, zijn niet gering. Indien u tekst of beelmateriaal wil gebruiken, contacteer dan eerst de webmaster. Overtredingen zullen gerechterlijk vervolgd worden. lees verder

(UK-US) The costs for the publishing of information and images on this website are very high. If you want to use data or images from any of these pages, contact the webmaster for permission. Violations will be prosecuted in court. read more

(F) Les coûts pour l'édition d'information et d'images sur ce site Web sont très hauts. Si vous voulez utiliserr des données ou des images d'un quelconque de ces pages, entrez en contact avec le webmaster pour la permission. Des violations seront poursuivies devant la cour. plus d'infos